Valonderzoek

Binnen RondOm Podotherapeuten is in oktober 2017 een onderzoek gestart naar de ontwikkeling en interne validatie van een klinisch predictiemodel voor het voorspellen van valincidenten onder thuiswonende ouderen die de podotherapeut consulteren. In het 'Informatieboekje Valonderzoek' vindt u de aanleiding, opzet en (preliminary) resultaten van dit onderzoek gevisualiseerd. Vanwege publicatiedoeleinden hebben we ons moeten beperken tot de (preliminary) resultaten. Volledige kwantitatieve gegevens worden pas gedeeld na publicatie. Zodra het artikel gepubliceerd is vindt u hier een link naar het artikel.

Publicatie valonderzoek

Informatieboekje valonderzoek

Poster valonderzoek

 

 

Meer onderzoekprojecten door RondOm Podotherapeuten

 

Vallen voorkomen door de podotherapeut

Vallen is een groot probleem en onderzoek onderschrijft dat ouderen die vallen vaker last hebben van:

  • Voetpijn
  • Hallux valgus
  • Kleine teen-deformiteiten
  • Vermindere enkel dorsaalflexie range of motion (ROM)
  • Vermindere teen plantairflexie kracht
  • Verslechterde tactiele sensitiviteit
  • Verhoogde plantaire drukken (Menz 2018, zie valpreventieboekje).

Daarnaast wordt er vanuit de richtlijn (Nederlandse, AGS/BGS, NICE) aanbevolen dat iedere eerstelijns zorgverlener bij iedere 65-plusser ten minste moet vragen naar de valhistorie. In de praktijk wordt er door alle zorgverleners veel te weinig om
valincidenten gevraagd, dus ook door podotherapeuten. Dit wetende zou de podotherapeut een belangrijke rol kunnen vervullen aangaande en voorkomen van vallen.

 

Doel valonderzoek

We willen komen tot een goed model om valgevaarlijkheid onder onze (podotherapeutische) patiëntenpopulatie te kunnen
voorspellen (65-plussers met voet(gerelateerde) problemen, diabetes en hun gevolgen). 

 

Hoe is het valonderzoek opgezet?

Ruim 400+ participanten zijn telefonisch uitgenodigd en gescreend door het secretariaat op basis van vooraf opgestelde criteria. 65 podotherapeuten includeerden de patiënten en voerden de baselinemeting uit. Podotherapeuten planden 20 minuten in om de verschillende data te verzamelen.

 

Wat weten we nu?

De belangrijkste factoren om valrisico bij de podotherapie populatie te bepalen zijn: Valhistorie, ervaren onzekerheid bij staan en lopen, loopsnelheid en spierkracht van de digiti. Hoe pakt de podotherapeut dit aan in de praktijk?

  • Valhistorie: Is de patiënt deafgelopen 12 maanden gevallen?  
  • Onzekerheid over staan en lopen: Voelt de patiënt zich instabiel tijdens het staan of lopen?
  • Loopsnelheid: Hoelang loopt de patiënt over 6 meter? 
  • Spierkracht van de digiti: Kan de patiënt 3 keer een kaartje tegenhouden met de kleine tenen?

 

Wat als er een valrisico blijkt te zijn?

1. De patiënt bewust maken van een hoger valrisico.

2. De patiënt verder onderzoeken naar oorzaak instabiel gevoel en/of verminderde loopsnelheid.

3. Starten met podotherapeutische interventie, valpreventieprogramma of doorverwijzen.

 

Dit onderzoek is uitgevoerd door RondOm Podotherapeuten & Amsterdam UMC en is voor 50% gefinancieerd door de NVvP. Vragen? Mail naar valpreventie@rondompodotherapeuten.nl.

Valpreventie onderzoek UMC

De Win MM, Theuvenet WJ, Roche PW, de Bie RA, van Mameren H. The paper grip test for screening on intrinsic muscle paralysis in the foot of leprosy patients. Int J Lepr Other Mycobact Dis. 2002;70(1):16-24.