Onderzoekstechnieken

Een algemeen podotherapeutisch onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Het is afhankelijk van uw klacht welke onderdelen aandacht krijgen. Dit kunnen er natuurlijk één of meerdere zijn. Een onderzoek gaat als volgt:

1. Anamnese

Allereerst vraagt een podotherapeut naar uw relevante persoonlijke gegevens. Hierbij neemt hij/zij klachtgerichte informatie af (anamnese). Kort daarna zal er een inspectie uitgevoerd worden. Er wordt gelet op standsafwijkingen van voeten, benen en rug bij de staande en zittende patiënt en op eventuele afwijkingen aan de huid en/of nagels. Wanneer de podotherapeut dit heeft geanalyseerd, palpeert hij/zij de anatomische structuren.

 

2. Functieonderzoek

Hierna voert de podotherapeut een functieonderzoek uit. Dit kan zijn van de voeten en enkels en, op indicatie, van de knie, de heup en de rug. Hierbij worden de beweeglijkheid en stabiliteit van de gewrichten nagegaan en kunnen spiertesten en pijnprovocaties worden uitgevoerd.

3. Het looppatroon

Het is natuurlijk ook belangrijk om een kijkje te nemen naar uw looppatroon. Hierbij wordt gekeken naar het totaalbeeld van het lopen, zoals naar de afwikkeling van de voet, de bewegingsuitslag in de knie, heup en romp. De beoordeling vindt meestal plaats op grond van de ‘klinische blik’ van de podotherapeut. Indien nodig wordt er een musculoskeletal ultrasound (echo) onderzoek gedaan.

 

4. De diagnose

Na het analyseren van het looppatroon, formuleert de podotherapeut een podotherapeutische diagnose. Dit is inclusief de (vermoedelijke) oorzaak van de klachten. Samen stelt de podotherapeut een behandelplan op met daar bijhorende behandeldoelen en de mogelijkheden. Samen voeren jullie het behandelplan na overeenstemming uit. Alles wordt geëvalueerd tijdens de controle zitting en wij zullen alles vast leggen. Het onderzoek wordt verstuurd naar uw verwijzer of naar andere behandelaars.